Dorpen staan klaar in crisistijd en vragen steun

Wanneer er iets gebeurt, zoeken mensen elkaar op — dat blijkt ook uit recente crisissituaties in Nederland. In Zeerijp (Groningen) opende het dorpshuis direct na de aardbeving al in de vroege ochtend de deuren, zodat inwoners samen konden komen, nog voordat de gemeente om een locatie vroeg. En in Zaltbommel (Gelderland) staat Pand 9 klaar als noodsteunpunt, met een duidelijke oproep aan de overheid om mee te denken en te ondersteunen met kennis en faciliteiten. Deze voorbeelden staan niet op zichzelf: uit een landelijke peiling van de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen (LVKK) onder inwoners en dorpshuisbesturen blijkt dat veel dorpen dezelfde vragen hebben. De peiling sluit aan bij het plan van het kabinet om in elke buurt en elk dorp een noodsteunpunt op te zetten, en gaat in op de centrale vraag: wat verwachten dorpen zelf van zo’n steunpunt — en wat hebben zij nodig om het goed te organiseren? De minister riep eerder al op om met elkaar hierover in gesprek te gaan en de peiling van de LVKK sluit hierop aan.

Uitkomsten landelijke peiling

Inwoners zien een noodsteunpunt als een toegankelijke, vertrouwde plek waar ze tijdens een crisis terecht kunnen voor warmte, licht, water, informatie en onderlinge steun. Veel dorpshuizen en ontmoetingsplekken bieden dit in de praktijk nu al wanneer zich iets voordoet. 

Dorpen denken vooral in praktische oplossingen. Ze willen kunnen leveren: een veilige plek, een aanspreekpunt, basisvoorzieningen voor ontmoeting en opvang. Maar ze missen tijd, informatie en ondersteuning om dit goed voor te bereiden.

Een dorpsbestuur in Groningen verwoordt het zo:

“We hebben het er al vaak over gehad, maar wat ons tegenhoudt is tijd. Vooral het draaiboek: waar moet je aan denken? Een duidelijke checklist zou ons enorm helpen.”

Een ander dorp in Limburg zegt:

“Er is al veel aanwezig, maar wij weten niet precies wat nodig is om een noodsteunpunt te kunnen zijn.”

Een ander dorp in Friesland geeft aan:

”Wij hebben als stichting een dorpshuis in eigendom en beheer. Wij kunnen hier dus een noodvoorziening verwezenlijken. Wij denken dat onze locatie geschikt is voor een pilot voor aanpassing van een Dorpshuis naar Noodopvang.”

Drie voorwaarden om een noodsteunpunt goed te kunnen realiseren volgens dorpen zelf

  1. Praktische voorzieningen: Dorpen willen duidelijkheid over wat minimaal nodig is en wie dat levert: noodstroom, water, warmte, EHBO, communicatiemiddelen.
  2. Organisatie en coördinatie: Een helder draaiboek, afspraken met gemeente of veiligheidsregio en een lokaal aanspreekpunt.
  3. Communicatie en bereikbaarheid
    Nood-wifi of radioverbindingen, goede informatiekanalen en aandacht voor kwetsbare inwoners.

De peiling laat zien dat dorpen zich vooral richten op de menselijke kant van een crisis: samenkomen, elkaar helpen en betrouwbare informatie delen.

Advies aan organisaties: benut de kracht van dorpen

De LVKK vraagt organisaties die werken aan een landelijk steunpuntennetwerk om vooral aan te sluiten bij wat dorpen zelf al kunnen. Geef lokale gemeenschappen de ruimte om hun eigen noodsteunpunt vorm te geven, en faciliteer hen daarbij. Dorpen vragen niet om ingewikkelde plannen, maar om:

  • ruimte en vertrouwen om het steunpunt zelf te organiseren
  • duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden
  • ondersteuning bij praktische randvoorwaarden zoals noodstroom, communicatie en opvangcapaciteit
  • samenwerking die uitgaat van wat dorpshuizen en vrijwilligers nu al dagelijks doen.

Door dorpen vroegtijdig te betrekken en te ondersteunen, ontstaat een crisisaanpak die realistischer, wendbaarder en vooral mensgerichter is. Want de beste noodsteunpunten staan vaak al in het dorp — ze hoeven alleen nog goed ingericht te worden.

Persbericht: LVKK
Afbeelding: LVKK

© LVKK